Wat is orthodontie?

Orthodontie is het specialisme dat zich bezig houdt met de studie, begeleiding en behandeling van de groei van de kaken en de ontwikkeling van het gebit. Het doel van orthodontie (gebitsregulatie) is het verkrijgen van een goed functionerend en regelmatig gebit, dat er mooi uitziet en goed schoon te houden is. De term orthodontie is afgeleid uit het Grieks en betekent “rechte tand” (orthos=recht, odontos=tand). De naam orthodontie werd in 1839 geïntroduceerd door de Franse tandarts Lefoulon.

Bij kinderen worden niet alleen de tanden en kiezen verplaatst tijdens een orthodontische behandeling. Ook de groei van de kaken kan met beugels worden bijgestuurd. In Nederland luidde de officiële naam voor het specialisme orthodontie vroeger dan ook Dento-Maxillaire Orthopaedie. Dento-Maxillaire Orthopaedie is een samenvoeging van de Latijnse woorden dens (tand), maxilla (kaak) en de Griekse woorden orthos (recht) en paideia (opvoeding, jeugd). Het woord orthopaedie werd in 1741 door de Franse arts Nicholas Andry (1658-1742) geïntroduceerd.

Behandelfasen

Een orthodontische behandeling kan in een aantal fasen worden ingedeeld. Tijdens de eerste fase houdt de tandarts ieder (half)jaar het gebit onder controle. Bij kinderen kijkt de tandarts niet alleen naar gaatjes e.d. maar de ontwikkeling van het gebit wordt ook gecontroleerd. Indien nodig zorgt de tandarts ervoor dat een kind tijdig door de behandelaar (beugels) wordt gezien.

Tijdens het eerste bezoek (consult) wordt beoordeelt of een beugel aan te bevelen is. Als de behandelaar vindt dat een beugel gewenst is, kan het zijn dat het nog te vroeg is voor een beugelbehandeling. Meestal wordt de ontwikkeling van het gebit dan verder gevolgd (observatiefase). De behandelaar kan ook oefeningen voorschrijven of kleine (beugel)behandelingen uitvoeren om te voorkomen dat de orthodontische afwijking verergert. Soms verwijst de behandelaar door naar andere deskundigen, b.v. de logopedist(e), indien de gebitsafwijking met problemen op andere vakgebieden samenhangen. Behandelingen om het verergeren van een orthodontische afwijking te voorkomen worden interceptieve behandelingen genoemd (interceptieve fase). Het kan ook voorkomen dat het niet raadzaam is om een beugel te maken. De reden hiervan kan zijn dat de conditie van het gebit niet goed genoeg is. Ook kan het zo zijn dat het gebit nauwelijks afwijkingen vertoont. Sommigen storen zich niet aan een gebitsafwijking.

Goed poetsen is erg belangrijk

De beugelbehandeling zelf kan globaal in twee fasen worden ingedeeld. Tijdens de eerste fase wordt het gebit door het bijstellen (activeren) van de beugel rechtgezet. Deze periode wordt de actieve fase genoemd. Daarna volgt er een retentiefase. Tijdens deze periode wordt het gebit met retentiebeugels zo goed mogelijk in de gecorrigeerde stand vastgehouden (geretineerd). Deze retentiebeugels worden in de loop van de tijd langzaam afgebouwd. Na een orthodontische behandeling treden er altijd nog tandverplaatsingen op. Tandverplaatsingen treden echter ook op in gebitten die nooit orthodontisch zijn gecorrigeerd.

Welke beugels zijn er?

Er bestaan talloze soorten beugels. Ze worden vaak in drie soorten ingedeeld:

Allereerst zijn er de uitneembare beugels, ook wel losse beugels genoemd. Deze beugels heten zo omdat ze door de drager of draagster uit de mond kunnen worden gehaald. Uitneembare beugels zijn gemaakt van plastic (eigenlijk kunsthars) waaraan metalen draden zijn vastgemaakt. Er zijn verschillende soorten uitneembare beugels. Een veelgebruikte uitneembare beugel is het plaatapparaat, ook wel plaatje geheten. Deze beugel bestaat uit een plastic plaat die tegen het gehemelte aansluit. Aan het plastic zitten allerlei metalen draden. Een plaatapparaat kan ook voor het ondergebit worden gebruikt. Een andere veel gebruikte uitneembare beugel is de activator. Deze beugel wordt ook vaak blokbeugel, dubbele beugel of dubbeldekker genoemd. Eigenlijk bestaat de activator uit een uitneembare onder- en bovenbeugel die aan elkaar zijn vastgemaakt. Er zijn een heleboel verschillende activatoren.

Verder is er de vaste beugel. Deze vaste beugel – ook wel blokjes-, plaatjes-, of slotjesbeugel genoemd – kan door de drager of draagster niet uit de mond worden genomen. De vaste beugel bestaat uit slotjes (brackets) die op de tanden worden geplakt. Om de kiezen zitten meestal metalen ringetjes (banden). Daarop zitten kleine metalen buisjes. Door de slotjes en buisjes loopt een veerkrachtige draad. Er bestaan ook nog andere soorten beugels die niet uit de mond kunnen worden gehaald b.v. de zgn. hyrax (zie beugelgalerij). Deze beugels zitten meestal met ringetjes aan de kiezen vast

Tenslotte is er de buitenbeugel, ook vaak aangeduid als buitenboordbeugel of buitenboordmotor. De officiële naam voor deze beugel is headgear. Meestal bestaat de buitenbeugel uit een metalen verbindingsgedeelte (facebow) dat aan ringetjes om kiezen of een beugel in de mond kan worden bevestigd. Aan dit verbindingsgedeelte kan een band in de nek (nekbeugel) of een petje op het hoofd (petjesbeugel) worden vastgemaakt. Verder is er ook nog een buitenbeugel die langs de voorkant van het gezicht loopt. Deze beugel wordt niet zo vaak gebruikt. De buitenbeugel wordt vaak met een activator of een vaste beugel gecombineerd. Een buitenbeugel kan door de patiënt worden uitgedaan.

Tijdens een orthodontische behandeling worden er vaak verschillende (soorten) beugels gebruikt.